Gisterenavond een boek gelezen dat al véél te lang slechts doorbladerd in de kast stond. Ik dacht er plots aan toen ik al in bed lag, de lichtjes uit, en na wat getwijfel ben ik toch naar de living getrokken, het razende rollen van hamster Robbi in zijn loopwiel trotserend. Verleden zomer heb ik het in Budapest gekocht, dit John the Valiant, John Ridland’s steengoede versvertaling van Hongaars nationaal boegbeeld Sándor Petöfi’s János vitéz (1845).
Ere wie ere toekomt: in de eerste plaats was het de hele mooie uitgave van Hesperus Press die me precies dit boekje deed vastnemen in de boekenwinkel - ik had nog wat ongespendeerde forints vijl, maar niet echt veel, en ik wilde iets moois en typisch als herinnering. Hesperus - motto: et remotissima prope - heeft een fenomenale catalogus kortere en in de niet-het-land-van-oorsprong-landen vaak onbekende teksten (hiervoor had ik al eens Scriblerus van het Alexander Pope-collectief gekregen van een vriend van me) en specialiseert zich erin
to bring near what is far - far both in terms of space and time[, ... w]orks written by the greatest authors, unjustly neglected or simply little known in the English language, [...] made accessible through new translations and a completely fresh editorial approach. (lees meer)
Er staat ook steeds een een kleine inleiding tot het werk en de omstandigheden zelf en een korte literaire appreciatie door een moderne auteur in. En het is op mooi papier! Als iemand me graag ziet, mag h|zij me de hele reeks cadeau doen. Daarzie!
John the Valiant dus. Herinnert me eraan weer meer vers te gaan lezen - Der neue Amadis van Wieland en Don Juan van Byron vond ik ook al knallers. Het is altijd even wennen, maar na een blad of 3 zit je in de cadans en dan is het moeilijk ophouden. Want zeg zelf: als János de stiefmoeder van zijn geliefde Iluska (Nell), boos omdat ze de hele dag geflikflooid hebben en de was niet gedaan is, haar vet geeft, vliegen de stukken eraf:
And catch it you will, little orphan Nell!
The witch is behind you, a fiend from hell;
Her big mouth is gaping, she’s ready to scream,
To startle you out of love’s languorous dream:‘You trashy trollop! You shameless slut!
You worthless hussy! You stink of smut!
You steal the daylight, may God forsake you…
Just look at you lying there… the Devil take you-’‘Enough of that guff, you shut your mouth or
I’ll shut it for you, you hear me, Mother?
You dare make my Nelly so much as squeak,
And the rest of your teeth will drop out of your cheeck.’