Verleden week donderdag, daags na de première, naar de Brusselse Kaaitheaterstudio’s voor de nieuwste productie van Jan Decorte, Müller/Traktor.
Ik had er veel van verwacht: Decortes Medeia-bewerking Betonliebe + Fleischkrieg uit 2001 (12/11/2001, jawel) was adembenemend, niet alleen qua regie (gele kaplaarzen voor Kolchis’ verzande kustlijn), maar zeker ook qua taal. Zo begon het, toen:
liebe
kukelukuu
denaan
kraait
tis nen
nieven
dach
méswartin
kweenikrieg
sayé
ksijn
chesien
ijee
deniew
zischoo
nerasmij
mé pijpe
krolle
en schoo
nande
en voetches
om te kusse
ij kanner
ni af
blijve
mésijn
werrek
manzande
de vuilaard
ennaar
de kintches
kijktem
nimmer
om
zis prinses
ennij
wilt
konink
worre
maar tsaller
tegen zijn
tege
zijn
charels
wantik
willetni
ennik
sijnen
tovereks
ik doen
mirakele
waardache
van ver
schiet
ennuwaar
onploft
in de luch
Bovendien staat Decorte al jaren als Müller-adept bekend, zoals ook de Kaaitheater-website aangeeft:
Jan Decorte was een van de eerste theatermakers in Vlaanderen die met dit grillige, poëtische, schijnbaar on-theatrale tekstmateriaal aan de slag ging. In 1970 speelde hij reeds de titelrol in Filoktetes, een productie van het Mechels Miniatuurtheater. In 1982 regisseerde hij een memorabele, indringende Hamletmachine (voorafgegaan door Mauser) voor Het Trojaanse Paard. Vandaag, vijfentwintig jaar later, wil hij zichzelf opnieuw confronteren met de wildheid en radicaliteit van Müllers oeuvre.
Ondanks dit gunstige gesternte vond ik er niet veel aan, aan Müller/Traktor. Het was een amalgamering van stukken tekst uit Herakles 2 oder die Hydra, Herzstück, Hamletmaschine en Verkommenes Ufer Medeamaterial Landschaft mit Argonauten, waarin ik maar moeilijk een rode draad terugvond.
Er waren best goede momenten: Sigrid Vinks lijkt wel gemaakt om Medea te spelen - het VUMLmA-deel was zeker één van de hoogtepunten van de voorstelling. Ze heeft alles van de verstoten Georgische, het in de waanzin drijvend zelfbeklag, het animaal-allochtone/andere. Net daarom doet ze pijn, haar, hem, hen, zich, ons.
In die zin was het nog zinvol de Ophelia- en Ophelia/Elektra-sequens uit de Hamletmaschine parallel te plaatsen. Ook die spreken van verdrukking, het andere/vrouwelijke als slachtofferrol. DAS EUROPA DER FRAU / WILDHARREND / IN DER FURCHTBAREB RÜSTUNG / JAHRTAUSENDE:
Hier spricht Elektra. Im Herzen der Finsternis. Unter der Sonne der Folter. An die Metropolen der Welt.
Daarom was de vernederende kruisiging en toilet-maken van de Ophelia/Elektra-sequens er qua enscenering lap op; daarom echter was het Ophelia-stuk, met de lichtheid van de danspasjes, er vollends naast.
Müllers teksten kunnen best wat cut-up verdragen, dat geef ik grif toe, een juxtapositie van Medea en Hamlet, daar kan ik mee leven, ook al is het een verkorting van waar de stukken “echt” of “ook” (afhankelijk van hoe je wil lezen) over gaan. Maar heeft het wel zin alles te gaan combineren? Is het zo verkeerd de teksten, die zelf al zo up-ge-cut zijn, te laten voor wat ze zijn?
Zo vond ik het Hamlet-deel uit Hamletmaschine mak, te mak. Ok: je kan er verveling in lezen, zeker omdat het stuk omslaat, maar 10 minuten verveelde semi-autocue, nee. Zeker omdat in de frasering soms zelfs basisklemtonen verkeerd lagen. Met die tekst kan je meer doen, zoals Einstürzende Neubauten al bewees (beginfragment). Herakles 2 oder die Hydra, waar het stuk mee opende, toonde in een totale zaalsverduistering met een mijnwerkerslamp om het hoofd Jan Decorte, die de integrale tekst voorlas van een blad papier. Toegegeven: er zat schwung in zijn voordracht, en het licht tunnelde de aandacht van de toeschouwers naar de bühne, maar echt overtuigen kon dit eerste deel niet. Het Herzstück, de one-pager, was wel grappig, maar wat deze skit deed tussen de rest van de fragmenten, bleef voor mij een raadsel.
Marc Herremans maakte in De Standaard gewag van het verbindende van het hart en de niet-beantwoorde liefde in alle delen, en dat kan kloppen. Maar ik had het niet zo begrepen. Bovendien: om daar dan deel 1 van de Hamletmaschine of Herakles 2 op te reduceren, dat gaat mij dan toch te ver.
Jammer ook vond ik de wat misleidende titel. Al jaren wacht ik op een enscenering van één van Müllers oudere stukken, die ondanks hun wat minder actuele thematiek ijzersterk zijn. Ik denk vooral aan Der Bau en Zement, maar ook Der Lohndrücker, Die Umsiedlerin en - jawel - Traktor. Maar geen Traktor te bekennen. Decorte:
Uit Müllers stuk ‘Traktor’ werden uiteindelijk geen tekstfragmenten geplukt. “Hoewel Traktor - ook een stuk van hem - in de titel zit, gebruikten we daaruit geen fragmenten. Ik vond het gewoon mooi klinken,” zegt hij aan Brussel Deze Week.
Wel, ik hou niet van zulke redeneringen.
Een beetje een halve oplossing, deze Müller/Traktor. Het deed goed nog eens Müller op het podium te zien, maar er zat meer in, wat mij betreft. Volgende keer beter.

“(12/11/2001, jawel) “?
U bedoelde 11/09/2001, ofte 9/11.
Inderdaad. Leve de aandachtige lezers.