The Collector van John Fowles, jee, wat een roman. Om verschillende redenen - gruwelijk spannend, intelligent opgebouwd, beklemmende (sociale en psychologische) karakterstudie, subliem verteld.
Ik zit me al een paar dagen af te vragen waarom in deel 1 Frederick Miranda meestal in de directe rede weergeeft, in deel 2 M F echter meestal in indirecte rede. Deels class, neem ik aan, deels intelligentieverschil (indirecte rede heet assimileren, begrijpend herwoorden) - maar ook het ‘object’-karakter van een directe rede speelt mee: F praat en denkt om M heen, M probeert er een includerend verhaal van te maken. Dat kan je zien aan deel 4, als zich (noodgedwongen) een indirecte aan F opdringt: dan wordt duidelijk hoe smal zijn blikveld is.
Hoe waarschijnlijk ook - het staat niet cruciaal. Ik praat errond:
The Collector behoort samen met Cormac McCarthy’s The Road (dat ze gaan verfilmen met Viggo Mortensen - weird - en wat zeker gaat mislukken) en Juli Zehs Spieltrieb én Adler und Engel tot de meest beklijvende boeken die ik in 2007 gelezen heb.