pompelmoes en kikkervis

Op het internet zijn de vreemdste dingen in omloop. Een ervan zijn verschillende (meer of min in detail tredende) handleidingen over hoe een pompelmoes te eten. Er is een wikiHow- en een Instructables-entry, een verhelderende blog-entry, oude fora-entries, etc. etc.

Wat me daarnaar deed zoeken was een bijna spirituele ervaring op mijn nieuwe werk deze week.

// Interlude: Ja - rood beviel niet erg en werd weer blauw, zij het een andere tint. //

Als ik pompelmoes eet, is dat voor de tv, gewapend met een snijplank, een scherp mes, een rol keukenpapier en een handdoek. Ik snij de bol in een paar stukken (meestal 8 ) en zet daar mijn tanden in. Het oerwoudgevoel: sap langs de kin, plakkende handen, the works. Vandaar dat ik vroeger wel eens blik kocht (ook niet te versmaden), voor op het werk en zo.

Toen ik gisteren een collega een grapefruit ter hand zag nemen, hield ik dan ook de adem in. Maar zij ging systematisch te werk, sneed de vrucht in twee, maakte het vlees onderaan los met een mes, scheidde het partjesvlees van de wandjes en lepelde er toen de stukjes uit. Voornaam, damesachtig, proper en smakelijk.

Verbluft was ik! Een zo groot enthousiasme over grapefruits was voor mij geleden van de tijd - tweede kan - toen ik Julian Barnes’ A History of the World in 10½ Chapters las.In het laatste hoofdstuk wordt een man wakker - en krijgt een onbijt op bed aangeboden, of correcter: “the breakfast of [his] life and no mistake”. Een belangrijk onderdeel daarvan is de pompelmoes:

The grapefruit, for a start. Now, you know what a grapefruit’s like: the way it spurts juice down your shirt and keeps slipping out of your hand unless you hold it down with a fork or something, the way the flesh always sticks to those opaque membranes and then suddenly comes loose with half the pitch attached, the way it always tastes sour yet makes you feel bad about piling sugar on the top of it. That’s what a grapefruit’s like, right? Now let me tell you about this grapefruit. Its flesh was pink for a start, not yellow, and each segment had already been carefully freed from its clinging membrane. The fruit itself was anchored to the dish by some prong or fork through its bottom, so that I didn’t need to hold it down or even touch it. I looked around for the sugar, but that was just out of habit. The taste seemed to come in two parts - a sort of awakening sharpness followed quickely by a wash of sweetness; and each of those little globules (which were about the size of tadpoles) seemed to burst separately in my mouth. That was the grapefruit of my dreams, I don’t mind telling you.

Zo lekker zag het eruit, op de “prong” en de “tadpole”-vergelijking na. Deze laatste best eigenaardig, trouwens - tadpoles (of, met een instant-blijmakend Engels synoniem, polliwogs) zijn namelijk kikkervisjes. Smakelijk kan je dat niet noemen. Ik schrijf het een soort jongensachtigheid toe, type herwonnen jeugd, maar wellicht zijn er andere, betere ideeën.

Bah, bah, vies en triest trouwens welk mottig gePainte, geblutste grapefruits onder de Wikimedia Commons aangeboden worden, naast de supra weergegeven nog te doene:

Bizar dat in maar liefst tíen talen (Spaans, Hebreeuws, Hongaars, Italiaans, Japans, Servisch Fins, Turks, Chinees en -godbetert - Srpski) deze trieste bollen als afbeelding gebruikt worden.

Ik zou van “trieste, onesthetische landen” gewag kunnen maken, maar ik abstineer. Ik ken daar namelijk mensen.

There are no comments on this post

Leave a Reply