beginnen en dan stoppen
mei 17, 2008 at 8:39 pm | In literatuur | No CommentsHet gebeurt me de laatste tijd steeds vaker: in boeken beginnen en dan stoppen. Deze week nog De utopisten van Louise O. Fresco, dat met een lonkende kaft en een goede blurb op de aanprijsrekken in de bibliotheek stond. Na het eerste boekdeel van 50 blz. had ik het wel een beetje gezien: geen bijster goede dialogen, personages rollen niet, thema zei op zijn best bwa en zozo, en ik raakte het gevoel niet los dat ik veel beter eens Uwe Timms Rot zou lezen in de plaats. En zoveel tijd heb ik de laatste weken trouwens ook niet.
Wegleggen deed ik ook vroeger soms. Af en toe door veranderde omstandigheden: na een vroeg afgebroken reis in Frankrijk is bv Pynchons Mason & Dixon half blijven liggen, hoewel ik die heel goed vond, en in Gödel, Escher, Bach ben ik na een paar honderd bladzijden bij een taaie lap logica blijven hangen, omdat ik enkel ’s avonds laat aan lezen toekwam toen (einde zwangerschap). Beide boeken blijven evenwel op de leesplank liggen.
Maar steeds vaker vind ik ook niets aan een roman, en is het afwegen of het de te investeren tijd waard is. Daarbij hanteer ik al jaren de 10%-regel: als het na een tiende niet boeit, dan hoeft het niet meer. Maar de eerste 10% lees ik wel uit - dat is ook echt nodig.
Toen ik over Infinite Jest van David Foster Wallace werkte, een paar jaar geleden, bleek dat ook: pas na meer dan 150 bladzijden (het boek is er 1100 dik, maar dan wel met een hondertal kleingedrukte eindnoten, wat de leestijd aanzienlijk doet op oplopen) begint er lijn in de disparate verteltrant te raken. Soms moet je ook gewoon echt wennen: Martin Walsers Tod eines Kritikers boeide me zeker ook niet van in den beginne, maar na even te hebben doorgebeten vond ik het om verschillende redenen wel een interessante leeservaring.
Heel vaak omzeil ik het probleem ook door kort te gaan: ik hou van auteurs die ook kleinere vormen goed hanteren. Dan is het makkelijker door te bijten tot het einde, en doe je echt ontdekkingen die naar meer smaken. Kafka, Robert Walser, Schmidt, Wallace, Henscheid soms, Max Goldt zijn maar enkele voorbeelden.
Maar soms niet, en dan begin ik aan langere lectuur. En dan moet ik soms voortijdig stoppen. Maar altijd pas na 10%. Uit respect voor de tekst, en (vanitas!) uit respect voor mijn keuze.
Tolstoj ~= Brusselmans
mei 8, 2008 at 11:20 pm | In literatuur | 2 CommentsTags: brusselmans, herman, tolstoj
Daar hou ik van, zie, als ik in klassieke werken passages overvlieg die ook in hedendaagse, vaak voor pulp versleten romans durven opduiken. Zeg nu zelf - het volgende excerptje uit Tolstojs verhaal De kaars (1885) - een eigenaardig beestje, trouwens, die Tolstoj - kon zo uit een Brusselmans gelicht zijn:
In zijn nijdassigheid gaf Semyonytsj zijn vrouw een gemene tik tegen haar tanden met zijn hete pijp, waarna hij haar wegjoeg onder commando het eten op te dienen.
Nijdassigheid! Hete pijp! Enkel nog “vrouw” door “wijf” vervangen, en je waant je in de twintigste-eeuwse letteren!
Europa herdacht (onder meer door mij)
februari 12, 2008 at 12:35 pm | In lectuur, literatuur, werk | No CommentsOla, ola!
Gisteren een pakketje van Rodopi in de bus: eindelijk is er nog een artikeltje van me geboekstaafd, en wel in de verzamelband Re-Thinking Europe: Literature and (Trans)National Identity, samengesteld door Nele Bemong, Mirjam Truwant en Pieter Vermeulen, drie jonge leeuw(inn)en uit de Leuvense Letteren-stalarena:
Voorwaar een mooi uitgegeven boek, en een van de eerste waarbij ik qua look-en-feel ook oprecht trots ben ‘erin’ te staan. Voor de geïnteresseerden (laat u door een schamele € 54 niet afschrikken, kinkels!):
Re-Thinking Europe sets out to investigate the place of the idea of Europe in literature and comparative literary studies. The essays in this collection turn to the past, in which Europe became synonymous with a tradition of peace and tolerance beyond national borders, and enter into a critical dialogue with the present, in which Europe has increasingly become associated with a history of oppression and violence. The different essays together demonstrate how the idea of Europe cannot be thought apart from the tension between the regional and the global, between nationalism and pluralism, and can therefore be re-thought as an opportunity for an identity beyond national or ethnic borders. Engaging contemporary discourses on hybrid, postcolonial, and transnational identity, this volume shows how literature can function as both a vital tool to forge new identities and a power subversive of such attempts at identity-formation. Like Europe, it is always marked by the tension between integration and resistance. The book will be of interest to students and scholars of modern literature, comparative literature, and European studies, as well as people concerned with cultural memory and the relation between literature and cultural identity.
En zeg nu zelf, wie is dat niet?
korrelig
februari 3, 2008 at 5:55 pm | In literatuur, taal, werk | 1 CommentWat een zinnen ben ik aan het vertalen - en soms valt een alliteratie waar je ze het minst verwacht:
Ze trokken grote aren uit hun tasjes en begonnen te kauwen : zacht knarsten de korrels tussen hun kiezen.
Al zou “graantjes” misschien meer op zijn plaats zijn. Of toch gewoon “graankorrels”? Ach …
pompelmoes en kikkervis
januari 19, 2008 at 8:51 pm | In beeld, die wonnen des lexikons, literatuur, werk | No CommentsOp het internet zijn de vreemdste dingen in omloop. Een ervan zijn verschillende (meer of min in detail tredende) handleidingen over hoe een pompelmoes te eten. Er is een wikiHow- en een Instructables-entry, een verhelderende blog-entry, oude fora-entries, etc. etc.
Wat me daarnaar deed zoeken was een bijna spirituele ervaring op mijn nieuwe werk deze week.
// Interlude: Ja - rood beviel niet erg en werd weer blauw, zij het een andere tint. //
Als ik pompelmoes eet, is dat voor de tv, gewapend met een snijplank, een scherp mes, een rol keukenpapier en een handdoek. Ik snij de bol in een paar stukken (meestal 8 ) en zet daar mijn tanden in. Het oerwoudgevoel: sap langs de kin, plakkende handen, the works. Vandaar dat ik vroeger wel eens blik kocht (ook niet te versmaden), voor op het werk en zo.
Toen ik gisteren een collega een grapefruit ter hand zag nemen, hield ik dan ook de adem in. Maar zij ging systematisch te werk, sneed de vrucht in twee, maakte het vlees onderaan los met een mes, scheidde het partjesvlees van de wandjes en lepelde er toen de stukjes uit. Voornaam, damesachtig, proper en smakelijk.
Verbluft was ik! Een zo groot enthousiasme over grapefruits was voor mij geleden van de tijd - tweede kan - toen ik Julian Barnes’ A History of the World in 10½ Chapters las.In het laatste hoofdstuk wordt een man wakker - en krijgt een onbijt op bed aangeboden, of correcter: “the breakfast of [his] life and no mistake”. Een belangrijk onderdeel daarvan is de pompelmoes:
The grapefruit, for a start. Now, you know what a grapefruit’s like: the way it spurts juice down your shirt and keeps slipping out of your hand unless you hold it down with a fork or something, the way the flesh always sticks to those opaque membranes and then suddenly comes loose with half the pitch attached, the way it always tastes sour yet makes you feel bad about piling sugar on the top of it. That’s what a grapefruit’s like, right? Now let me tell you about this grapefruit. Its flesh was pink for a start, not yellow, and each segment had already been carefully freed from its clinging membrane. The fruit itself was anchored to the dish by some prong or fork through its bottom, so that I didn’t need to hold it down or even touch it. I looked around for the sugar, but that was just out of habit. The taste seemed to come in two parts - a sort of awakening sharpness followed quickely by a wash of sweetness; and each of those little globules (which were about the size of tadpoles) seemed to burst separately in my mouth. That was the grapefruit of my dreams, I don’t mind telling you.
Zo lekker zag het eruit, op de “prong” en de “tadpole”-vergelijking na. Deze laatste best eigenaardig, trouwens - tadpoles (of, met een instant-blijmakend Engels synoniem, polliwogs) zijn namelijk kikkervisjes. Smakelijk kan je dat niet noemen. Ik schrijf het een soort jongensachtigheid toe, type herwonnen jeugd, maar wellicht zijn er andere, betere ideeën.
Bah, bah, vies en triest trouwens welk mottig gePainte, geblutste grapefruits onder de Wikimedia Commons aangeboden worden, naast de supra weergegeven nog te doene:
Bizar dat in maar liefst tíen talen (Spaans, Hebreeuws, Hongaars, Italiaans, Japans, Servisch Fins, Turks, Chinees en -godbetert - Srpski) deze trieste bollen als afbeelding gebruikt worden.
Ik zou van “trieste, onesthetische landen” gewag kunnen maken, maar ik abstineer. Ik ken daar namelijk mensen.
Arial Bold, Times Sturdy
januari 16, 2008 at 12:51 pm | In Typografie, film, literatuur | 2 CommentsTags: dickens, great expectations, Typografie, six feet under
Gisterenavond de laatste episode van het eerste seizoen van Six Feet Under bekeken. Heel goed (zoals iedereen al jaren weet); nu even wachten voor we aan de vervolgen beginnen. Ik herhaal het graag: de bibliotheek van Melle is een aanrader voor goedkoop en goed materiaal.
Natuurlijk kijk je zo’n reeks niet in een weekend uit - we hebben er iets meer dan een week over gedaan. Toevallig kwamen we dit weekend na het middagnieuws uit op het begin van een oude verfilming van Great Expectations van Charles Dickens, dat mijn vriendin en ik in de eerste kandidatuur allebei hebben moeten lezen. ‘Moeten’, want toen was het met gemengde gevoelens. Nu zijn ze al wat minder gemengd, en is de herinnering zoet geworden - niet alleen aan de fenomenale openingszin, die aan het begin van de film door een voice-over werd voorgedragen:
My father’s family name being Pirrip, and my christian name Philip, my infant tongue could make of both names nothing longer or more explicit than Pip. So, I called myself Pip, and came to be called Pip.
Die zin herinnerde ik me nog levendig, samen met de bruidstaart, de gevangene, het vreemde kasteelachtige huis, etc etc.

Wat ik vergeten was - ondanks ook latere Dickens-lectuur -, was de subtiele, lichtvoetige vertelstijl. Schitterend bijvoorbeeld de volgende grafschriftypograf/logie op de eerste bladzijde, die wonderwel bij de SFU-sfeer past:
As I never saw my father or my mother, and never saw any likeness of either of them (for their days were long before the days of photographs), my first fancies regarding what they were like, were unreasonably derived from their tombstones. The shape of the letters on my father’s, gave me an odd idea that he was a square, stout, dark man, with curly black hair. From the character and turn of the inscription, ‘Also Georgiana Wife of the Above,‘ I drew a childish conclusion that my mother was freckled and sickly. To five little stone lozenges, each about a foot and a half long, which were arranged in a neat row beside their grave, and were sacred to the memory of five little brothers of mine - who gave up trying to get a living, exceedingly early in that universal struggle - I am indebted for a belief I religiously entertained that they had all been born on their backs with their hands in their trousers- pockets, and had never taken them out in this state of existence.
Jeugdboekenweek O3′O8
januari 10, 2008 at 8:22 pm | In literatuur | No CommentsTags: jeugdboekenweek, kinderboek, verkiezing
In het kader van de jeugdboekenweek kan je je favoriete kinderboek aller tijden kiezen. Uit een lijst, maar een vrije stem kan ook.
Doen! Niet voor de eventuele prijzenpot (”én of meer van de 99 mooiste kinderboeken”), maar voor een zo realistisch mogelijke uitslag.
Olav & Wilson
januari 8, 2008 at 1:23 pm | In film, literatuur | No CommentsTags: castaway, j. bernlef, onder ijsbergen, peter freuchen, robinson crusoe
De eerste cultuur van het jaar draaide rond eenzaamheid in alle vormen die mensen met het eigenlijk onaanspreekbare spreken.
Eerst was er Castaway op tv, een Robinson Crusoe(*)-achtige film met Tom Hanks, waarin het aangespoelde hoofdpersonage een innige band met Wilson opbouwt, een volleybal met een vlek van een bebloede hand (gesneden bij een poging vuur aan de gang te krijgen), afgewerkt met stokjes. Hoe Hanks dat doet, solo op een eiland, is gewoonweg schitterend. En ook in het algemeen: het loopt redelijk goed af, maar minder zeemzoeterig dan ik gedacht had. Met een prachtige close-up van Hanks als aflsuitend vignet.
Net in die dagen las ik J. Bernlefs Onder ijsbergen, een detective-achtige novelle in een Groenlandse setting. Niet helemaal overtuigend (beetje wankele opbouw), maar ik was ervoor in de stemming, en Berlef schrijft best goed.
Schitterend is het relaas van een toneelstuk naar een anekdote van Peter Freuchen (zie beeld). Die verhaalt de wedervaren van twee jagers, Olav en Gustav. Terwijl Olav tot dusver elk jaar een even zwijzame, op het jagen gefocuste kompaan meenam naar de afgelegen blokhut, waar maanden slechts over het vuur, het wild en de sneeuw werd verteld, is Gustav een belezen intellectueel die Olav laat delen in zijn enthousiasme. Maar niet lang na hun aankomst wordt Gustav doodziek. Hij sterft in het koude huis, en Olav is radeloos.
[Olav] is gewend geraakt aan coversatie, aan taal. Aan cultuur misschien. [...] Eerst praat Olav in zich zelf. Maar dan begint hij tegen de dode Gustav in bed te praten. Hij weet dat het onzin is, maar hij doet alsof Gustav alleen maar slaapt. Olav is alleen. Hij werkt keihard, hij moet nu het werk voor twee verrichten en de honden moeten te eten hebben. ’s Avonds is hij moe en eenzaam. Kortom, op een avond haalt hij de dode man uit bed en zet hem tegenover zich aan tafel. Terwijl hij zit te eten praat hij met Gustav en geeft zich zelf de antwoorden die hij denkt dat Gustav hem gegeven zou hebben. Hij weet de hele tijd dat hij een spel speelt, maar hij weet ook dat hij echt gek zal worden wanneer hij met dat spel ophoudt.
Olav stookt stookt zo weinig mogelijk maar hij kan toch niet voorkomen dat het lijk langzaam ontdooit. Dan maakt hij niet ver van de blokhut een graf. Of liever: een bergplaats voor het lichaam. Een kuil bedekt met stenen. En weer is hij alleen. Hij praat in zich zelf, speelt de dubbelrol van Gustav en Olav. Na een paar dagen houdt hij dat spel niet langer vol. Hij haalt Gustav weer te voorschijn en zet hem op zijn oude plaats aan tafel. Dan ziet hij de eerste sneeuwmus.
Die kondigt de lente, de dooi aan, en Olav weet dat hij er een eind aan moet maken. Enkel een geweerschot kan een orgelpunt zijn: Olav schiet Gustav neer.
‘Nu zullen ze me geloven,’ fluisterde hij. ‘Nu zal iedereen geloven dat je dood bent Gustav’.
Twee beelden die wel nog even zullen blijven spoken, vrees ik.
(*) Lees ook betonblog.
Lijstjestijd - Boeken 2007
januari 3, 2008 at 4:08 pm | In lectuur, literatuur | 2 CommentsFictie 2007
Gelezen
- Isaac Asimov, De blote zon (6.7)
- Julian Barnes, Cross Channel
- Interference | Gnossienne (26.6)
- Junction (28.6)
- Melon (1.7)
- Experiment | Evermore (2.7)
- Thomas Bernhard, Die Erzählungen
- Jauregg | Zwei Erzieher (25.6)
- Die Mütze | Ist es eine Komödie? Ist es eine Tragödie? | An der Baumgrenze | Ungenach (24.6)
- F. Bordewijk, Bint: Roman van een zender
- F. Bordewijk, Blokken
- Bertolt Brecht, Leben des Galilei (10.11)
- Herman Brusselmans, Heden ben ik nuchter (22.6)
- Herman Brusselmans, Zijn er kanalen in Aalst? (18.7)
- Charles Bukowski, War All the Time: Poems, 1981-1984 (21.7)
- Cyriel Buysse, Het Ezelken wat niet vergeten was
- Cyriel Buysse, Het recht van de sterkste (3.9)
- Roald Dahl, De boekhandelaar & De chirurg (23.6)
- Tonke Dragt, De geheimen van het wilde woud
- Tonke Dragt, Torenhoog en mijlen breed
- Tibor Fischer, Under the Frog (31.
- Gustave Flaubert, Bouvard en Pécuchet (30.7)
- John Fowles, The Collector (20.12)
- Tom Gleisner, Santo Cilauro & Rob Sitch, Molvanîa: a Land Untouched by Modern Dentistry (15.10)
- William Golding, The Pyramid (30.5)
- William Golding, Rites of Passage (7.11)
- Max Goldt, QQ
- Graham Greene, The Living Room
- Wolf Haas, Das Wetter vor 15 Jahren (26.5)
- Wolf Haas, Wie die Tiere
- James Jones, From Here to Eternity
- Nikos Kazantzakis, Zorba the Greek (12.6)
- Cormac McCarthy, All the Pretty Horses
- Cormac McCarthy, The Road (3.
- Christian Morgenstern, Der Sündfloh (21.
- Cees Nooteboom, Mokusei! (11.10)
- Sándor Petöfi, John the Valiant (21.6)
- Raymond Queneau, Een barre winter (8.11)
- J. D. Salinger, The Catcher in the Rye (13.7)
- Marjane Satrapi, Persepolis (23.9)
- Friedrich Schiller, Der Verbrecher aus verlorener Ehre (7.
- Arthur Schnitzler, Leutnant Gustl und andere Erzählungen (deels)
- Stijn Streuvels, Langs de wegen (3.6)
- Stijn Streuvels, Tien van Streuvels
- De bomen (25.9)
- Craig Thompson, Blankets (15.6)
- Jos Vandeloo, Mannen (6.12)
- Kurt Vonnegut, Bluebeard (14.6)
- Kurt Vonnegut, Breakfast of Champions
- Kurt Vonnegut, God Bless You, Mr. Rosewater
- Kurt Vonnegut, Jailbird
- Kurt Vonnegut, Man Without a Country (10.10)
- Kurt Vonnegut, Player Piano (9.10)
- Peter Weiss, Die Verfolgung und Ermordung Jean Paul Marats dargestellt durch die Schauspielgruppe des Hospizes zu Charenton unter Anleitung des Herrn de Sade
- Leon de Winter, Supertex
- Ror Wolf, Raoul Tranchirers Bemerkungen über die Stille (17.10)
- Juli Zeh, Adler und Engel (18.11)
- Juli Zeh, Spieltrieb (20.
Gehoord
- Verschiedenes aus Arno Schmidt liest
- Herman Brusselmans, Val dood! Essays voor de VPRO
- Schorsch Kamerun, Die Eisstadt (28.
- Anton Tsjechov, De dame met het hondje
Herlezen
- Thea Beckman, Hasse Simonsdochter (23.12)
- Harry Mulisch, De pupil (28.9)
- Arno Schmidt, Kühe in Halbtrauer (aka Ländliche Erzählungen)
- Kurt Vonnegut, Bluebeard (5.12)
- Kurt Vonnegut, Breakfast of Champions (30.11)
- Kurt Vonnegut, Cat’s Cradle (28.11)
- Kurt Vonnegut, Mother Night (1.9)
- Kurt Vonnegut, Slaughterhouse V (29.10)
Non-fictie
Gelezen
- Wladimir Abtschuk, Der Torpedo des Kapitän Nemo, oder Der heiße Draht in die Zukunft (12.9)
- Hilton Als & Daryll A. Turner (eds.), White Noise (1.7)
- Kevin A. Boon (ed.), At Millennium’s End: New Essays on the Work of Kurt Vonnegut
- Edward Gibbon, The Decline and Fall of the Roman Empire, Volume the First (20.9)
- Jaarboek van de Heemkundige Kring Waregem, 1973
- Christoph Jürgensen, Der Rahmen arbeitet: Paratextuelle Strategien der Lektürelenkung im Werk Arno Schmidts (8.7)
- Stephanie Krieger, Advanced Microsoft Office Documents 2007 Edition Inside Out
- Ingo Leiß.,Wielands Verserzählungen im Werk Arno Schmidts: Umriss eines Kommentars (8.10)
- Island Trees School District v. Pico (457 U.S. 853) (6.12)
- Rózsa Péter, Playing With Infinity: Mathematical Explorations and Excursions (7.
- Jonas Ridderstråle & Kjell Nordström, Funky Business: Talent Makes Capital Dance(23.12)
- Witold Rybczynski, One Good Turn: A Natural History of the Screwdriver and the Screw (22.10)
- Sallustius, De oorlog tegen Jugurtha
- Susan Sontag, AIDS en zijn beeldspraken (14.7)
- Alvin Toffler, Future Shock (17.
- Jan Tschichold, Opstellen over typografie (31.5)
- Edward R. Tufte, The Visual Display of Quantitative Information (2.9)
- Kurt Vonnegut, Palm Sunday (26.10)
- Kurt Vonnegut, Wampeters, Foma and Granfalloons (21.10)
- Barbara Walters, How to Talk With Practically Anybody About Practically Anything (1.10)
- Hans Peter Willberg / Friedrich Forssman, Lesetypographie (17.
Gehoord
- Adi Henry Kiss, Arno Schmidts geheime Kollegen
- Klaus Theweleit, Ekstasen der Zeitenmischung
Komm, süßer Tod
december 23, 2007 at 7:45 pm | In gent, literatuur, media | No CommentsTags: gent, wolf haa
Bah. In rusthuis Privilege in de Bagattenstraat in Gent (waartegenover mijn vriendin en ik elk een paar jaar gewoond hebben) kwam aan het licht dat de hoofdverpleger met een insuline-injectie enkele oudjes om het leven bracht. Brr. Erger dan fictie - en hopelijk groeit het slachtofferaantal niet meer. Een regel stilte:
…
Desondanks kan ik niet anders dan aan Wolf Haas’ verknipte krimi Komm, süßer Tod te denken - een aanrader van formaat (Deutscher Krimipreis 1999). Jammer genoeg niet vertaald, ook niet de de verfilming met Josef Hader als Simon Brenner (Oostenrijkse filmprijs 2001; trailer). Geen simpele klus door de zware Oostenrijkse tongval, de snelheid, de gelaagdheid en de soms subtiele talige speurzin van Brenner, maar Haas is zo’n auteur die op zijn eentje de wat sombere wolk die van de Duitse literatuur in onze contreien gemaakt wordt, kan wegblazen. Werp af en toe een oog op de H-sectie in de rekken van uw boekhandel, misschien laat zich een ziel vinden die deze parels naar het Nederlands weet om te zetten. Hoop doet leven.

Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.





