Natuurlijke scrub & het Lenor-geweten

Gisteren op de paasdis was één van de onderwerpen het al dan niet gebruiken van de droogkast op mooie lente- en zomerdagen, om harde was te vermijden. Mijn tante sprak huiverend van stijve handdoeken die de kinderen snuivend lieten liggen bij het pakken van hun wekelijkse wisselgarderobe, mijn vriendin van de “natuurlijke scrub” die zongedroogde was te bieden heeft.

Deze discusie tussen gezonde spaarzaamheid en het streven naar familiale vrede herinnerde me aan een column uit de bundel Die Kugeln in unseren Köpfen van de (in het Nederlands taalgebied toch) onvolprezen Max Goldt, een van coryfeeën van de populairdere Duitse letteren. Daarin is er sprake van het Lenor-Gewissen, »plakatives Weibsbild« (Die Zeit) en reclamefee uit verdampte tijden die vrouwen die een was wilden insteken op hun huiselijke plichten en verantwoordelijkheden wees.

Goldt herinnert zich dit Lenor-geweten zo:

De kinderen of de man van een vrouw stonden in bad en droogden zich af. Daarbij vloekten ze, want moetje had hen beschuithanddoeken gegeven [dt: “Zwiebackhandtücher“]. Zo luidde in vakkringen de vakterm voor niet-wasverzachte handdoeken. De vrouw plaatste peinzend de wijsvinger aan de onderlip, het tinkelde vreemd sprookjesachtig, en schuin achter de moeder dook haar geweten op. Interessant genoeg heeft de moeder zich nooit naar het geweten omgedraaid. Het zag er net zo uit als zijzelf, enkel wat lichter en waziger, en het had een fles Lenor in de hand. Dat heeft zo’n indruk op me gemaakt dat tot op vandaag, als ik b.v. met de gedachte speel het PMD-afval niet in de PMD-container te doen omdat die altijd vol zaken ligt die niet in de PMD-container thuishoren, en ik op het punt sta het PMD-afval in de normale container te doen, dat het in dergelijke situaties vandaag nog vreemd tinkelt en er achter mij een vale versie van mezelf met een flacon wasverzachter opduikt. Een geweten zonder flacon wasverzachter komt me even vreemd voor als een Noorwegen zonder castagnetten.
»U bedoelt wellicht Spanje?« vraagt Inge Meysel dan.
»Nee, ik bedoel Noorwegen. Daar ben ik nog nooit geweest. Een Noorwegen zonder castagnetten komt daarom even vreemd voor als een Noorwegen met castagnetten.”

Los van de wat hobbelende vertaling en het uit de context gesleurde citaat (uit »Man muß sich ganz schön abstrampeln, um akzeptiert zu werden; 2/1994) is het dit »Zwiebackhandtücher« dat ik gisteren vergeefs probeerde uit mijn geheugen te diepen. Mooi, Duits. Mooi.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s